Thuis

De eerste ochtend thuis zonder dikke buik, zonder onze lieve Bram.

Alles voelt vreemd. Ons huis, de plek waar we in de zwangerschap zo graag wilden zijn, voelt nu als een leeg omhulsel. De kinderwagen staat in de huiskamer, de box in de pianokamer, het hele huis is klaar voor de komst van Bram. Ik vraag Eric of hij de spullen in Bram zijn kamertje wilt zetten. Het moet uit mijn zicht. Ik kan er niet naar kijken. Het doet zo gruwelijk veel pijn.

Om 09.00 uur staat de kraamhulp voor de deur. Er komt een speciale kraamhulp, die ervaring heeft met het kramen bij doodgeboorte. Ik lig nog in bed als de bel gaat en ben doodmoe. Ondanks de Temazepam heb ik geen oog dicht gedaan.

HOE LANG GA IK DIT NOG VOLHOUDEN?

Een tenger, klein vrouwtje met halflang bruin haar komt de slaapkamer binnen. ‘Hallo Margreet.’ Ik begin te huilen en wil mij verstoppen onder de deken. Ze komt op bed zitten en stelt zich voor. ‘Ik ben Carla.’ Terwijl ze mij probeert te troosten vraagt ze lief of ik zelf mijn verhaal wil vertellen. Ik ga wat rechtop zitten en vertel haar het hele verhaal. Over mijn goede zwangerschap, de vreemde buikpijn en het plotseling overlijden van Bram. Ze luistert aandachtig en neemt mijn woorden in haar op. ‘Twee jaar geleden heb ik ook gekraamd bij een vrouw met een doodgeboorte. Haar kindje was eenenveertig weken oud.’ Een bijzondere tijd vertelt ze. Ik luister naar het verhaal en ik merk dat het steun geeft. Sinds het overlijden van Bram heb ik constant het gevoel dat ik de enige ben die dit heeft meegemaakt. Verhalen van anderen geven (h)erkenning.

Na ons gesprek neemt Carla alle controles bij mij af. ‘Je bent gewoon een kraamvrouw, Margreet.’ Ik hoor het Carla zeggen, maar voor mijn gevoel klopt er helemaal niets van. ‘Een kraamvrouw zonder baby.’ denk ik. Ik voel mij leeg en doodongelukkig. ‘Ga maar lekker onder de douche, Margreet.’ Ik stap uit bed en voel mij net een robot. Onder de douche, eten, naar het toillet. Ik voer alle opdrachten uit, maar voel er helemaal niets bij. Alles is verdoofd.

Als ik onder de douche sta, kijk ik naar mijn buik. Hij is nog dik en slap. De tranen rollen over mijn wangen. Wat zou ik graag weer zwanger zijn van Bram. Kon ik de tijd maar terug draaien naar het moment dat hij nog in mijn buik zat. Onder de douche keek ik dan vol trots naar mijn steeds groter groeiende buik. Ik smeerde hem in met zeep en kletste dan tegen Bram als hij van zich liet horen. ‘Goedemorgen lieve jongen, ben je daar al!’ Ik kies bewust een andere douchegel en zeep mijn lege buik in. Ik pak mijn tandenborstel en sta achteloos onder het warme stromende water minuten lang mijn tanden te poetsen. Wanneer ik uit de douche stap druppelt er bloed op de grond. Gauw trek ik een onderbroek met kraamverband aan. Met een dweil maak ik de vloer schoon. ‘Wat een klote leven.’

Als ik aangekleed naar beneden kom, is Carla hard bezig het hele huis te soppen. Naast haar warme persoonlijkheid, weet ze wel van aanpakken. ‘Het is prachtig weer, ga lekker buiten zitten.’ Ik heb geen zin om in de tuin te gaan zitten en dat het prachtig weer is, interesseert mij geen reet. Toch volg ik haar instructie op en zo zit ik braaf als een psychische patient een uurtje in de tuin. Mijn gedachten gaan alleen maar naar Bram en ik kan alleen maar huilen.

WAAROM IS DIT ONS ALLEMAAL OVERKOMEN?

Ik schrik op uit mijn gedachten als ik de stem van Eric hoor. ‘Liefje, ik ben er weer.’ Eric heeft een drukke ochtend gehad. De taken die normaal een begrafenisondernemer uitvoert, heeft Eric zelf willen doen. ‘Het is het laatste wat ik voor mijn kind kan regelen.’ Eric is samen met zijn vader langs het ziekenhuis geweest om de overlijdingsacte van Bram op te halen. Daarna hebben ze het gemeentehuis bezocht om aangifte en het overlijden aan te geven en tot slot naar Hofwijk om de crematie af te spreken. ‘Ga lekker bij Margreet in de tuin zitten, dan maak ik ondertussen de lunch’ hoor ik Carla tegen Eric zeggen. Eric komt naast mij op het bankje zitten en aait mijn arm. Hij vertelt rustig over zijn ochtend. Hij is vreselijk ontdaan door alles wat hij heeft moeten regelen. ‘Ondanks dat het heel moeilijk was, vond ik het ook fijn om alles in orde te maken voor Bram.’ Ik ben vreselijk blij dat hij weer thuis is en geef hem een kus. ‘Je bent een lieve papa.’ zeg ik.

Na de lunch kruipen we in bed. Het verdriet kost zo veel energie dat we niet meer op onze benen kunnen staan. Eric heeft met Hofwijk afgesproken dat Bram maandag tien augustus gecremeerd wordt. In de ochtend zal de Laatste Eer Bram in zijn gesloten rieten mandje bij ons thuis brengen. Met onze meest dierbare vrienden en familie zullen we dan afscheid nemen van onze lieve jongen.

We liggen de rest van de middag in bed. ‘Laat je mij nooit in de steek?’ vraag ik door mijn tranen heen. ‘Ik kan het niet alleen.’